Neurogene spraak- en taalstoornissen - avanti

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

Neurogene spraak- en taalstoornissen

LOGOPEDIE

Behandeling

Aanvankelijk zal de behandeling doorgaan in het ziekenhuis. Deze is dan gericht op de medische zorgen. Later gaat de cliënt naar een revalidatiecentrum, waar het herstel bewerkt wordt. Vaak moeten handelingen die nodig zijn in het dagelijks leven, opnieuw aangeleerd worden.
Eens weer thuis kan een logopediste komen, of kan men terecht in een logopedische praktijk.
Een logopedische behandeling is vaak van lange duur en vraagt veel inzet van zowel de cliënt als zijn omgeving.
Hieronder geven we een korte uitleg bij de verschillende neurogene spraak- en taalstoornissen waarmee u bij ons in de praktijk terecht kunt.


Afasie/ dysfasie


AFASIE/DYSFASIE is een taalstoornis, veroorzaakt door een hersenletsel, waarbij het spreken, begrijpen, lezen en schrijven gestoord kan zijn. Deze persoon heeft dus enkel problemen met het uiten en het begrijpen van de taal, en niet met het denken.Verschillende stoornissen kunnen een hersenletsel veroorzaken, maar in 2/3 van de gevallen betreft het een stoornis in de bloedvoorziening van de hersenen. Men noemt dit een cerebrovasculair accident (CVA). In de volksmond is dit beter bekend als een beroerte of een attaque. De oorzaak van zulk CVA is een onderbreking van de bloedvoorziening naar een gedeelte van de hersenen. Deze onderbreking kan het gevolg zijn van een bloedstolsel, een trombose of een gescheurde vaatwand. Naast dit CVA kunnen een hersentumor, een hersentrauma of infecties eveneens een afasie veroorzaken. Er bestaan verschillende vormen en ernstgraden van afasie. In wat volgt bespreken we kort de meest voorkomende afasietypes.

Afasie van Broca:

Personen met een afasie van Broca spreken niet vloeiend. Het spreken kost hen veel moeite en er zijn veel pauzes. De zinsbouw is sterk vereenvoudigd en sommige personen spreken in zinnen van 1 à 2 woorden (telegramstijl). Functiewoorden (zoals de, het,... ) worden weggelaten en werkwoorden worden zelden vervoegd. De inhoudswoorden kunnen daarentegen wel aanwezig zijn maar de persoon heeft toch ernstige woordvindingsproblemen. Sommige woorden worden niet goed gevormd maar zijn wel nog herkenbaar, bijvoorbeeld 'lidodade' in plaats van 'limonade'. Dezelfde problemen doen zich voor bij het schrijven. Het begrijpen kan redelijk goed zijn maar bij langere,complexe zinnen doen zich problemen voor. Het hardop lezen is eveneens gestoord. De persoon is zich zeer goed bewust van de moeilijkheden en vertoont veel frustratie.

Afasie van Wernicke:

De persoon met een Wernicke afasie spreekt heel vloeienden is daarbij geneigd om steeds maar door te praten zonder rekening te houden met zijn gesprekspartner (spraakdwang). De zinsbouw is afwijkend doordat verschillende zinnen in elkaar geschoven worden. De woorden zijn zowel naar klank als betekenis vervormd (vb. 'appel' in plaats van 'peer'). Soms worden onbestaande woorden gebruikt om iets aan te duiden. Dezelfde problemen doen zich voor bij het hardop lezen en het schrijven. Het begrijpen van wat mensen zeggen is zwaar tot zeer zwaar gestoord. Door het slecht taalbegrip heeft de getroffen persoon vaak weinig besef van de eigen taalproblemen en ziet hij niet in waarom de anderen hem niet verstaan.

Globale afasie:

Dit is de meest ernstige vorm van afasie. De spontane spraak is heel beperkt. Soms gebruikt de getroffene enkel een steeds terugkerende uiting zoals 'amen', 'ja', 'godver-domme' of losse lettergrepen. Andere personen met een globale afasie kunnen helemaal niets meer zeggen (mutisme) of hebben slechts sporadisch toegang tot een woord. Het taalbegrip is slecht tot zeer slecht. Ook lezen en schrijven zijn onmogelijk. Afhankelijk van de plaats van het hersenletsel kunnen er nog een reeks andere stoornissen optreden. We denken hierbij aan een halfzijdige verlamming van de ledematen, een uitval van de gevoeligheid, halfzijdige blindheid, concentratie- en geheugenstoornissen. Deze stoornissen kunnen het functioneren van de persoon ernstig bemoeilijken.

Dysartrie/ Anartrie

DYSARTRIE/ANARTRIE is een spraakstoornis. Er zijn problemen met het spreken. De spieren die instaan voor de spraak werken niet meer goed, waardoor de verstaanbaarheid verminderd is. Er kunnen verschillende zaken fout lopen bij de ademhaling, stem, resonantie, uitspraak alsook met de zinsmelodie. Bij de ademhaling kan de uitgeademde lucht niet correct of onregelmatig gebruikt worden om te spreken. Daarnaast kan de stem hees en schor klinken. De resonantie tijdens het spreken wordt meer nasaal aangezien er vaak lucht door de neus kan ontsnappen. Dikwijls verandert ook de uitspraak aanzienlijk omdat de tong, kaak en lip beperkt zijn in beweeglijkheid. Tenslotte verandert vaak ook de zinsmelodie/ prosodie want de spreeksnelheid is vertraagd of

versneld, er zijn weinig toonhoogtevariaties mogelijk, de luidheid is gestoord en/of men legt geen klemtonen in het spreken. Dysartrie kan in een heel lichte vorm aanwezig zijn (bijna niet merkbaar voor de omgeving) en kan gaan tot anartrie. Dit laatste betekent dat er geen functionele spraak meer aanwezig is. Een persoon met dysartrie heeft een intact taalvermogen.

Apraxie

APRAXIE is een probleem in het plannen van handelingen. De persoon kan de handeling vaak wel nog spontaan uitvoeren, maar ondervindt problemen als dezelfde handeling op vraag moet uitgevoerd worden. Zowel mond-, tong- en gelaatsbewegingen als bewegingen van ledematen kunnen hierdoor moeilijk zijn.

Verbale apraxie:

De belangrijkste kenmerken zijn het niet-consequent herhalen, verlengen, vervangen en toevoegen van klanken. De persoon met apraxie kan bijvoorbeeld de t -klank wel produceren in het woord ‘tafel’ en niet in het woord ‘thee’. Een tijd later kan het zijn dat het woord ‘tafel’ ook niet meer correct geproduceerd kan worden. De fouten zijn dus niet-consequent. Als er meerdere medeklinkers op elkaar volgen, worden meer fouten gemaakt (bijvoorbeeld school, trap, fiets,…).Vaak kunnen woorden of klanken onbewust beter geuit worden dan op vraag. Automatische reeksen zoals tellen, liedjes, dagen van de week, versjes,…zullen daarom vaak beter uitgesproken worden. De spreker is zich bewust van zijn/haar fouten, maar is niet in staat ze te anticiperen of te corrigeren. De persoon moet zoeken om lippen en tong in de juiste positie te brengen om een klank te vormen.

Orale apraxie:

Orale apraxie komt vaak samen met verbale apraxie voor. De persoon kan op verzoek geen mond-, tong-, en/of gelaatsbewegingen maken. Men kan op bevel niet fluiten, hoesten, blazen, de tong uitsteken,... Als men bijvoorbeeld aan de persoon met orale apraxie vraagt om te blazen, weet hij/zij niet hoe dit moet. Maar zonder dat men iets vraagt, blaast hij/zij even later zonder problemen een
kaars uit.





Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu